Over rouw
Zijstraet #4
“I’ll take you with me anywhere” - The last dinner party
Deze week eentje uit het hart, over gemis.
“Rouw verloopt niet in vijf opeenvolgende fases, het is veel chaotischer en onvoorspelbaarder.” - Pieter Deknudt
Afgelopen weekend las ik een interview in Knack met psychiater en rouwdeskundige Uus Knops en organisator van troostevenementen Pieter Deknudt. Ze hebben het onder andere over het belang van gemeenschap bij rouwen, hoe het breed aanvaard rouwmodel van Elisabeth Kübler-Ross uit 1969 (dat rouw als vijf opeenvolgende fases bekijkt) voorbijgestreefd is, en welke soorten troost er bestaan.
Het volledige artikel kunt ge hier lezen: https://archive.is/U3CiF
In mijn kar staan twee potten yoghurt en twee zakken granola, een brood en druiven. De diepvriespizza’s verraden dat er niet gekookt wordt vanavond. Terwijl ik verder aanschuif zie ik pas laat de ruime kar met ‘extra grote chrysanten’ in die tonen dat de Colruyt in Ledeberg mee is met de Westerse rooms-katholieke tradities. Ik leid af “Ah, het zal bijna Allerzielen zijn”, terwijl ik me bedenk dat wie iemand mist, dat toch vaak de klok rond doet? Zou ik in de Colruyt in het midden van april ook extra grote chrysanten kunnen vinden?
Op toon
Dit jaar bracht Clipse (rapduo van Pusha T en zijn broer Malice) na 15 jaar een nieuw album uit, dat enthousiast werd onthaald (ook door mij). Opener op ‘Let God sort ‘em out’ was het gevoelige ‘Birds don’t sing’. Geen snijdende coke rap maar een aandoenlijk eerbetoon aan hun overleden ouders. Even terug brachten ze het nummer ook in het Vaticaan, waarmee ze de eerste rappers werden met een optreden op het Sint-Pietersplein.
Een ander genre maar in hetzelfde thema, de plaat ‘Evergreen’ van Soccer mommy of ‘Romanticism’ van Hana Vu.
In de auto staan mijn koplampen aan en de muziek op volume 42. Hana Vu zingt “And love doesn’t fade away/ And all your friends stay the same/ And everyone you love never dies” en ik moet heel snel knipperen om de baan te zien. Oktobers vallen mij al jaren een beetje zwaarder dan de andere elf en het lijkt of niet de aankomende winter maar het aanhoudende verlies de dagen korter en donkerder kleurt. Eens thuis kijk ik op de afvalkalender en zet ik met natte wangen en dito ogen ons vuil buiten. Ivago komt morgen papier en gft ophalen, rouw of geen rouw. Ik hoop dat er tussen de plooien gescheurd karton en papier ook wat stukjes verdriet is blijven hangen, dat morgen samengeperst en verbrand kan worden. Als ik de oprit terug wandel moet ik lachen om de scène: al jankend de gft-bak buiten zetten omdat ge niet om het dagelijkse leven kunt. Ik ben blij en ontzettend droevig dat het leven altijd maar verder blijft gaan.
Op beeld
‘Alpha’ is de laatste film van de Franse regisseuse Julia Ducournau. In de derde langspeelfilm (na ‘Grave’ en Gouden Palm-winnaar ‘Titane’) van Ducournau vertelt ze een verhaal over familiebanden en verlies, te midden van een besmettelijke ziekte. Wie Ducournau kent weet dat ze niet vies is van wat body horror en dat is hier niet anders, al zijn de zieke en in marmer veranderende lichamen hier wel poëtisch. ‘Alpha’ gaat ook over trauma die van de ene op de volgende generatie wordt doorgegeven en daar kan het soms wat verwarrend lopen qua (gebrek aan) tijdslijn, maar daar heb ik me zelf niet zo aan gestoord. Over rouw vertelde Ducournau het volgende: “Rouw is geen tijdelijke toestand. Het is iets wat een mens transformeert. Als je het eenmaal meegemaakt hebt, ben je nooit meer dezelfde. Maar dat zie ik niet als negatief. Het betekent dat we leren om onze doden te aanvaarden en ze met ons mee te dragen.”
Ik liet iets wegsnijden aan mijn kin en loop al meer dan een week met een niet te missen plakker rond. Op de eerste plakkerdag werd er door bijna iedereen een vraag gesteld. Bij het signeren van een boek vroeg de auteur ervan of ik met mijn fiets gevallen was. “Nee hoor, gewoon iets laten wegsnijden”. Na een paar dagen was er nog weinig rond te beleven, na een week lijkt het alsof dit nu eenmaal mijn gezicht is. Ik vraag me af of het met verlies dragen niet een beetje hetzelfde gaat. Het is er en het blijft en ge denkt dat het reuzegroot op uw voorhoofd te lezen valt, maar na een tijd drogen de vragen op. Op de eerste niet-plakkerdag denk ik terug aan mijn vergelijking met wat schrik voor overdrijving. Misschien is oktober gewoon lang aan het duren.
Op papier
Via Postkantoor 00/00/00 kunt ge een brief schrijven naar een overleden persoon, waarop ge een troostend antwoord ontvangt dat aansluit bij uw brief. Dat antwoord is een beeld uit hun kunstcollectief en een citaat uit uw brief. Als ge wilt kunt ge ook een hertekening aanvragen, via één van de kunstenaars aangesloten bij het collectief.
Uit eigen ervaring, een aanrader als ge eens ondersteboven wilt zijn bij het legen van uw brievenbus.
Er is een postbus om uw brief te posten in de Krook in Gent, of gewoon via het postadres. Als ge een brief stuurt, steek er een postzegel bij om het antwoord mee te kunnen versturen.
Na een jaar sporadisch leeswerk is ‘Wound’ van Oksana Vasyakina nog niet helemaal uit, maar ik ben wel helemaal onder de indruk. In het boek gaat de jonge lesbische dichteres op pad van Moskou naar haar geboorteplaats in Siberië, waar ze beloofd had om de as van haar overleden moeder naartoe te brengen. Een fragmentarisch reisverhaal waarin ze haar rouw, haar herinneringen, haar relatie met haar moeder, haar seksualiteit en haar identiteit als schrijfster van dichtbij vertelt en onderzoekt.
Streep (muziek) eronder
Maggie Rogers aan het herontdekken, eentje die een mooie aanmoediging is om het glas toch altijd als halfvol te blijven zien:
Tot de volgende!
Liefs, Sarah





